Van mens tot mens

Als je in het Wereldhuis werkt, ben je veel bezig met de situatie van de mensen met wie je werkt. Ik merk dat mijn visie op mijn leven erg veranderd is. Ik leer veel meer waarderen wat ik heb, maar kijk ook anders naar bijvoorbeeld het weer. Eerder kon ik heel erg genieten van de regen die ‘s nachts tegen het raam tikt of beukt, terwijl je nog dieper onder de dekens kruipt. Nu denk ik aan de bezoekers die op straat slapen. Als ik eerder op een winterochtend de gordijnen opentrok en een strakblauwe lucht boven een ijskoude wereld zag, was ik blij dat er tenminste zonlicht was, tegen de ijzige kou kan ik me wel kleden. Nu denk ik aan de bezoekers die in het weekend hele dagen buiten door moeten brengen.
Met Kerst had ik ook dubbele gevoelens. Het Wereldhuis zou gesloten zijn tussen Kerst en Nieuwjaar en terwijl wij warm en gezellig Kerst zouden vieren, zouden onze bezoekers buiten moeten rondlopen. Terwijl collega’s bezig waren met de mogelijkheid van een minimale bezetting om toch een paar uur open te kunnen in die week, was ik naast mijn werk en studie een preek aan het schrijven voor Kerstmorgen. Ik mocht voorgaan in mijn oude stagegemeente. In mijn preek vergeleek ik de situatie van onze bezoekers met de gebeurtenissen in het Kerstverhaal. De kwetsbaarheid van de situatie waarin Jezus geboren wordt, doet een appèl op ons, om voor kwetsbaarheid te zorgen.
Ik merkte dat ik op een gegeven moment me bijna schuldig ging voelen, dat ik uitkeek naar de Kerstdagen en een paar dagen vrij, terwijl de situatie voor de bezoekers zo moeilijk is. Ik was zo gefocust op hoe zwaar het wel niet voor hen was. Tot echter, ik zag dat ik op mijn werktelefoon een gemiste oproep had van een bezoeker van het Wereldhuis. Het was de 25e, de Kerstdienst was voorbij en ik kwam net bij mijn ouders aan. Ik maakte me gelijk zorgen, was er een crisissituatie? Ging het wel goed? Maar toen ik terugbelde, bleek het enkel te zijn om me te vragen hoe het met me ging. Ik was die donderdag ziek naar huis gegaan en hij had voor me gebeden. Daarnaast belde hij om mij een vrolijk Kerstfeest en een gelukkig nieuwjaar te wensen.
Terwijl ik me zorgen maakte om de bezoekers, maakte deze bezoeker zich zorgen om mij. Het schudde me wakker, ik was door mijn focus op de narigheid de bezoekers als slachtoffers gaan zien. Deze man gaf me in zijn liefdevolle bezorgdheid een lesje nederigheid. Ik werk niet met slachtoffers, maar met sterke, liefdevolle en veerkrachtige mensen. En daar mag ik dankbaar voor zijn.

Joanne Vrijhof werkt sinds september in het Wereldhuis als diaconaal medewerker voor de Franstalige migrantengemeenschap in Amsterdam