Vakantiewerk

Vorig jaar, tijdens mijn vakantie, zag ik een man door een winkelstraat scharrelen. Hij valt op. Hij heeft een vervuilde baard, vieze jas en lijkt wat in zichzelf te mompelen. Het is een sjieke badplaats die ik bezoek, met mooie hotels en een strand waar je zelfs voor moet betalen om er op te mogen. De man heeft een wagentje bij zich met wat eruitziet als een complete kampeeruitrusting en een veelheid aan andere aparte zaken. Het meest opvallende daarvan is een grote pluche knuffel in de vorm van een zeemeeuw.
Als ik op vakantie ben, ben ik niet aan het werk. Maar toch. Ik werk ook als straatpastor bij de Diaconie omdat ik nieuwsgierig ben naar mensen. Zeker naar mensen die hele andere ervaringen hebben dan ik. Mijn werk laat ik wel achter me als ik op reis ga, maar mijn nieuwsgierigheid neem ik mee.
Ik geef de man een compliment voor de mooie meeuw die hij bij zich heeft. Hij vertelt me iets van zijn reizen. Langzaam trekt hij het hele land door. Stukken loopt hij, stukken doet hij op de fiets. Slechts af en toe werkt hij wat. Omdat hij maar weinig uitgeeft, komt hij daar ver mee. Ik probeer er voorzichtig achter te komen waarom hij zo leeft. Ik kom er niet achter. Had ik deze man in Amsterdam op straat getroffen, dan had ik meer doorgevraagd. Maar nu zijn we beiden op reis en het blijft bij een vrijblijvend en gezellig gesprek.
Terwijl wij zo met elkaar kletsen, zie ik dat ons gesprek de aandacht trekt. Deze man ziet er anders uit dan alle anderen in de straat. Voor mij was dat de reden om hem aan te spreken. Andere mensen echter mijden hem. Ik zie dat het mensen vrolijk maakt als ze ons zien praten. Niet dat ik het iemand vraag, maar ik krijg de indruk dat het de andere toeristen goed doet te zien dat deze vreemde man gewoon iemand is waar je een kletspraatje mee kunt maken.
We wensen elkaar een goede reis toe en gaan ieder onze eigen weg. Ik ben blij dat ik even met hem gesproken heb. Deze man heeft mij inzicht gegeven hoe het is hier zo rond te reizen. Ik ken dit gebied nu op een manier die ik niet uit een toeristenfolders kan halen. Ik ben hem daar dankbaar voor.
Over een paar weken ga ik weer op vakantie. Ik laat mijn werk thuis. Ik ga geen inloophuizen bezoeken. Ik zal ook niet op daklozen afstappen om te kijken of iets voor ze kan doen. Maar een goed gesprek met mensen die een bijzonder leven leiden, daar kijk ik wel degelijk naar uit.


Luc Tanja
straatpastor