Mijn hemel

Petra is een bekende in de buurt: kinderactiviteiten, het Stadsdorp, de buurtkamer bij haar op de hoek. Alles kan rekenen op haar grenzeloze inzet. Ze maakt zich zorgen over de buurt. Over mensen die langs elkaar heen leven. Over kinderen die geen eerlijke kansen krijgen. Over ouden van dagen.

Samen zitten we in een projectgroep “Wijkbrede Aanpak”. Als buurtbewoners en professionals uit de Stadionbuurt maken we een analyse van de buurt, kiezen daaruit een probleem, bedenken wat we daaraan kunnen doen en voeren dat ook gezamenlijk uit. We krijgen hulp van het Stadsdeel en van een onderzoeksinstituut. We zien veel cijfers voorbij komen: obesitas, eenzaamheid, inkomen. Petra zorgt voor de verhalen. Ze kent veel mensen, ze kent veel verhalen.

Deze week bepaalden we op wie of wat we ons gaan richten. We kregen de opdracht een onderzoeksvraag te formuleren en de termen hieruit te definiëren en te operationaliseren. Als Petra mag laten weten wat haar onderwerp is, zegt ze: “Mensen die je ziet lopen en waarvan je denkt: mijn hemel.” Ik schiet gelijk in de onderzoekersrol: “Maar wie zijn dat dan? Zijn ze ouder dan 70? Zijn ze verward? Hebben ze fysieke beperkingen?''

Pas later begin ik de waarde in te zien van wat Petra zegt. In een onderzoek zou je het anders moeten verwoorden. Maar denken we niet vaker: “mijn hemel” als we over straat lopen en een ander tegenkomen? De buurvrouw die je steeds langer ziet dwalen. De man die laveloos op de stoeprand zit. Het onverzorgde kind.

Misschien ligt daar wel het begin van diaconaat, of zorg voor elkaar, of hoe je het ook wil noemen: te denken “mijn hemel”.


Dorien Keus is diaconaal opbouwwerker in Amsterdam Zuid.
Deze column verscheen eerder in het kerkblad Kerk in de Pijp