Kopje thee

Het is lang niet altijd grootse weldoenerij, dat pastoraal/diaconaal bezoekwerk van mij. Sterker nog, deze weldoener wordt vaak in de watten gelegd. In de vorm van een zorgvuldig gezet kopje thee, bijvoorbeeld.
Natuurlijk mag ik niet assisteren, maar ik mag het mezelf wel comfortabel maken op de groene suède bank, versierd met bloemmotief en diep verankerd in de beige vloerbedekking met knotsige houten poten. Er is een veelheid aan frutseltjes en prularia. Soms een beetje stoffig maar het meeste schoon. Drie koektrommels staan op tafel, geopend en uitnodigend.
Terwijl ik hoor hoe de ketel bijna fluit gaat mijn blik langs rijen foto’s van mensen die zij lief had, veel die ze ongetwijfeld al heeft moeten verliezen. Het vertedert me, de stoet van fotolijstjes op het dressoir. Vaak zijn het foto’s gemaakt op vreugdevolle momenten, feestjes, bruiloften, reünies. Een herdershond staat er ook afgebeeld. Tong uit de bek, je ziet zijn staart haast kwispelen. En een paar zeer oude plaatjes, uit een ander leven. Foto’s van haarzelf, zoals je vroeger was. Niet prominent op de voorgrond, maar wel aanwezig in de fotostoet. En terecht, want zij was een knappe vrouw. Nog steeds, trouwens.
Ik hoor dat het hete water ingeschonken wordt. Nee, ik mag nog niet helpen. En dan gebeurt er iets heel moois. Stapje voor stapje komt ze mijn kant op, terwijl haar oude handen de mok recht houden. Haar ogen afwisselend gericht op de vloerbedekking voor haar en de rand van het glas. Soms staat ze even stil omdat het water iets te dicht tegen de rand aan klotst. Dan kijkt ze even naar mij en lacht. En als ze ziet dat ik op wil staan op haar te helpen schudt ze lichtjes met haar hoofd. Dus ik zak weer terug in de bank. Ze schuifelt weer verder. Ik hoor haar ademhalen, zwaar maar ook met regelmaat. Steeds duidelijker hoor ik haar want ze komt steeds dichterbij. En dan zet ze het kopje voor me neer op tafel en ploft ze in haar stoel. Ze kijkt een beetje verontschuldigend, dat ze niet met meer finesse is gaan zitten. Ik kijk haar aan en zeg: ‘Heerlijk, daar had ik nou zin in.’ Ze knikt en zegt nog niets, omdat ze nog even moet bijkomen.
In mijn ooghoek zie ik op het aanrecht haar eigen kopje thee staan. Mag ik uw kopje halen, dat nog op het aanrecht staat? Ze schudt weer nee, maar ik sta al bijna in de keuken. ‘U haalt het voor mij, ik haal het voor u.’ ‘Bedankt, Joost’: zegt ze. ‘U bedankt’: zeg ik.
En samen drinken we thee.

Joost de Wolf is ouderenbezoeker in Osdorp-Sloten