Een dag in het leven van de huismeester

Vanmorgen begon de dag wat vroeger dan op een doornsnee maandagochtend. Normaal loop ik om 9.00 uur door de tuin richting mijn eerste kopje koffie in de Gelagkamer. Vandaag stond om 8.00 uur de eerste klusjesman al op de stoep. De Hodshonhof krijgt nieuw marmoleum in de trappenhuizen. Tien minuten later arriveerde ook de schilder, die is hier kind aan huis en weet precies wat ik van hem verwacht. Met de marmoleum-man liep ik nog even een rondje om te bepalen waar begonnen wordt en hoe de aanpak gaat zijn.
Dan mijn kopje koffie in de Gelagkamer. De stijlkamer in de sfeer van de gouden eeuw waar het groepje deelnemers van de Regenboog, die hier gedetacheerd in de huishoudelijke dienst werken, binnen druppelen. Eén iemand groet altijd uitbundig. Hij zegt dan dat hij van me houdt en vraagt hij of ik nog ben vreemd gegaan afgelopen nacht. Het is een grap die zijn eigen leven is gaan leiden, ik zeg steevast dat ik ook van hem hou en dat ik hem altijd trouw zal blijven.
Deze ochtend moet er rommel opgeruimd worden. Twee kantoorhuurders hebben de afgelopen weken hun boeltje weer gepakt en hebben ook, zoals dat vaak gaat, het één en ander achtergelaten. Gelukkig valt het samen met een grote verhuizing van het Wereldhuis. Daardoor is er genoeg volume om een extra open container neer te zetten. Via mijn collega Sahr John heb ik wat vrijwilligers van het Wereldhuis geregeld om de spullen in de container te zetten. Op het oog een eenvoudige taak maar let op: wat hergebruikt kan worden mag niet weggegooid worden, wat gerecycled kan worden moet apart en wat anderszins nog waarde kan hebben moet niet in de container belanden. Ik sta dus als een verkeersagent naast de container, nee, oud ijzer daar apart, oh, dat heeft nog waarde, kleding eerst langs het Wereldhuis, ja, die kapotte koffiezetter mag in de container. En dan toch wordt je halverwege boos door iemand aangesproken omdat er een koffiezetter in de container ligt die nog best gerepareerd kan worden. Maar, geloof me, aan het einde van de dag is de container vol.
In de middag heb ik staan passen en meten op het grote grasveld. Voor een evenement in april wil men graag een grote tent opzetten. Om de kosten te drukken heb ik iemand gebeld die vroeger in het circus werkte. Hij heeft nog oude circustenten in zijn schuur liggen. De man is te oud om ze zelf op te kunnen zetten maar de lakens uitdelen kan hij als de beste. Vorig jaar hebben we één van zijn tenten gebruikt bij Daklozendag. Dat de mannen waarmee we de tent op moesten zetten geen Nederlands spraken deerde hem niet, hij bleef commando’s schreeuwen. Toen ik hem belde wist hij zich één van hen nog te herinneren, “dat was een verdraaid goede werker…”. Voor dit komende evenement gaan we een nog grotere tent opzetten, 10 bij 16 meter, dat wordt wat.
Vanavond had de Voedselbank een etentje in de Gelagkamer. Ik had iemand gevraagd de zaal voor hen klaar te zetten dus daar had ik geen omkijken naar. Toen ik naar huis ging stonden twee dames heerlijk te koken in ons kleine keukentje. Ook de Voedselbank is, mede door de vele vrijwilligers uit de verschillende kerken, een vaste gast. Ik vind het altijd heerlijk om te zien hoe zo veel en zo verschillende mensen zich hier thuis kunnen voelen. Om half negen belden ze dat ze klaar waren met opruimen. Zo, de deuren kunnen weer dicht, het alarm er op.


Jeroen van Slooten is beheerder bij de Diaconie. Na jarenlang dit werk gedaan te hebben start hij in de zomer van 2018 met een nieuwe uitdaging in een ander deel van Nederland. De Daconie heeft daarom een vacature openstaan voor beheerder. Tot vrijdag 9 februari kan je hierop solliciteren.